Wanneer je binnenwereld je kompas wordt

Over hooggevoeligheid, trauma, neurodiversiteit – en wat dat betekent voor wie je bent
Ik ben een gevoelsmens. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar het is pas de laatste jaren dat ik echt begrijp wat dat betekent — en wat het heeft gekost.
In het boek Terug naar jezelf van Michaéla Schippers, Michelle Shanti en Alexander van Walraven wordt een onderscheid gemaakt dat me raakte: er zijn mensen die contact beleven als ontmoeting — als iets wat ontstaat tussen twee mensen, gevoed door afstemming en openheid. En er zijn mensen voor wie contact een middel is: iets wat richting, voordeel of positie oplevert. Twee fundamenteel verschillende binnenwerelden. Twee fundamenteel verschillende logica’s.
Jarenlang begreep ik niet waarom ik me zo vaak verloren voelde in bepaalde relaties. Waarom ik gaf en bleef geven, terwijl de ander strategisch opereerde. Waarom ik me aanpaste, me afvroeg wat ík fout deed. Wat het boek zo helder beschrijft — en wat ik inmiddels in mijn eigen herstelproces heb leren herkennen — is dat dit geen kwestie van zwakte is. Het is een psychologische asymmetrie. Twee mensen die dezelfde woorden gebruiken, maar een volkomen andere taal spreken.
Hooggevoeligheid, trauma en neurodiversiteit: een complex geheel
Ik herken mezelf in hooggevoeligheid. Mijn zenuwstelsel verwerkt prikkels dieper dan gemiddeld — zintuiglijk, emotioneel, cognitief. Dat is een temperamentkenmerk dat alles kleurt: hoe ik de wereld ervaar, hoe ik anderen aanvoel, hoe snel ik vol ben.
Tegelijk herstel ik van complex trauma, ontstaan binnen relaties met narcistisch misbruik. En daarboven — of daardoorheen — herken ik neurodiverse patronen in mezelf: de manier waarop ik informatie verwerk, structuur nodig heb, sociale signalen soms anders lees dan bedoeld.
Die drie samen zijn geen toevallige combinatie. Ze versterken elkaar:
Hooggevoeligheid maakt de drempel voor traumatische indrukken lager. Wat anderen van zich af laten glijden, landt bij mij dieper.
Narcistisch misbruik treft hooggevoelige mensen extra hard, juist omdat zij oprecht verbinding zochten — en die asymmetrie van binnenuit voelden, maar lang niet konden benoemen.
Neurodiversiteit maakt herstel complexer, omdat grenzen, zelfbeeld en sociale signalen toch al anders verwerkt worden. Wat voor anderen intuïtief is, moet ik soms bewust aanleren.
Maar er is ook een keerzijde. Diezelfde gevoeligheid — het vermogen om echt aanwezig te zijn, om te voelen wat er onder de oppervlakte speelt — is precies wat mij in staat stelt te doen wat ik doe.
Werken vanuit geleefde kennis
In mijn holistische praktijk, en in mijn werk voor het Suïcide Preventie Centrum, kom ik mensen tegen waarbij sprake is van een combinatie die in de reguliere hulpverlening nog te weinig wordt erkend: neurodiversiteit, complex trauma en suïcidaliteit.
Dit is een bijzonder kwetsbare driehoek.
Mensen in deze driehoek worden vaak laat of verkeerd gediagnosticeerd. Hun klachten — overprikkeling, emotieregulatieproblemen, concentratieproblemen, sociale moeilijkheden — kunnen zowel op ADHD, autisme, PTSS als op depressie lijken. Ze zijn er allemaal. En tegelijk geen van allen volledig.
Ze lopen een verhoogd suïciderisico — niet omdat ze willen sterven, maar omdat de pijn van chronisch lijden en onbegrepen zijn op een gegeven moment ondraaglijk wordt. Ze zijn hun hele leven al anders. Hebben geleerd zich aan te passen, zich klein te maken, te overleven. En dan zoeken ze hulp, en worden wéér niet gezien.
Standaard crisisprotocollen zijn voor hen vaak onvoldoende, omdat hun manier van verwerken, communiceren en betekenis geven aan contact fundamenteel anders is.
Wat ‘Terug naar jezelf’ hieraan toevoegt
Het onderscheid dat Schippers, Shanti en Van Walraven maken tussen de relationeel georiënteerde en de instrumenteel georiënteerde binnenwereld is ook in crisissituaties van grote waarde.
Want wat ik zie in mijn werk: de mensen die bij mij komen zijn bijna altijd gevoelsmensen. Ze hebben decennialang contact beleefd als ontmoeting — en zijn keer op keer gestrand op de asymmetrie met mensen of systemen die contact als middel gebruikten. Dat laat sporen na. Diepe sporen.
Begrijpen waarom je verstrikt raakte — niet als moreel oordeel, maar als psychologische duiding — is voor velen het begin van echte bevrijding. Niet: wat is er mis met mij? Maar: welke logica speelde hier, en welke van mij?
Het persoonlijke als professioneel fundament
Ik maak geen strikt onderscheid tussen wie ik ben en hoe ik werk, omdat mijn geleefde ervaring mijn grootste instrument is.
Ik weet hoe het voelt om jezelf kwijt te zijn in een relatie die je uitput. Ik weet hoe het is om te functioneren terwijl je van binnen uiteenvalt. Ik weet hoe verwarrend het is als je hooggevoeligheid, trauma én neurodiversiteit door elkaar lopen, en niemand je een spiegel biedt die al die lagen tegelijk weerspiegelt.
En dat weten — gecombineerd met kennis, methode en professionele begeleiding — maakt dat ik aanwezig kan zijn op een manier die verder gaat dan techniek.
Terug naar jezelf is voor mij een bevestiging van wat ik in de praktijk zie en zelf doorleef: dat terugkeren naar jezelf begint met begrijpen wie je bent — je binnenwereld, je logica, je manier van contact maken. En dat die terugweg, hoe pijnlijk ook, de meest waardevolle reis is die een mens kan maken.
Dit blog is geschreven vanuit persoonlijke ervaring en professionele praktijk, o.a. geïnspireerd op Terug naar jezelf van Michaéla Schippers, Michelle Shanti en Alexander van Walraven.
